Google past Site Reputation Policy aan voor de EER na overleg met Europese Commissie
Google heeft op 28 augustus 2026 een belangrijke update aangekondigd voor zijn Site Reputation Policy, waarbij de handhaving binnen de Europese Economische Ruimte (EER) voortaan anders werkt dan daarbuiten. Deze aanpassing volgt op overleg met de Europese Commissie en heeft directe gevolgen voor hoe handmatige acties worden toegepast op websites die derde-inhoud misbruiken om hogere zoekposities te behalen. Voor SEO-professionals en marketingverantwoordelijken in Europa is het cruciaal te begrijpen hoe deze geografische splitsing de zichtbaarheid van hun websites beïnvloedt.
Kernpunten
- Vanaf 30 augustus 2026 heeft een handmatige actie onder de Site Reputation Policy een ander effect afhankelijk van of de zoeker zich binnen of buiten de Europese Economische Ruimte bevindt.
- Voor gebruikers buiten de EER geldt de vroegere aanpak: de handmatige actie beïnvloedt de zoekresultaten direct voor het betrokken deel van de site, terwijl de rest van de site onaangetast blijft.
- Voor gebruikers binnen de EER heeft de handmatige actie geen onmiddellijk effect op de zoekresultaten, maar kan het getroffen deel van de site geleidelijk worden losgekoppeld in de systemen van Google zodat het onafhankelijk gaat ranken van de rest van de site.
- De aanpassing is het resultaat van overleg met de Europese Commissie, waarbij Google aangeeft bezorgd te blijven over een te brede toepassing van de Digital Markets Act (DMA) die de integriteit van zoekresultaten zou kunnen bedreigen.
- Sitebeheerders blijven via Search Console op de hoogte gesteld van toegepaste handmatige acties en kunnen een herbeoordeling aanvragen, waarbij in aanmerking komende sites ook de mogelijkheid krijgen om geschillen voor te leggen aan bemiddeling.
- Omdat veel pagina's wereldwijd worden bekeken, is het mogelijk dat een pagina een handmatige actie krijgt die uitsluitend van invloed is op zoekresultaten die worden weergegeven aan gebruikers buiten de EER, wat een geografisch gesplitste zichtbaarheid oplevert.
Analyse
De Site Reputation Policy werd in 2024 geïntroduceerd om een specifieke manipulatieve praktijk aan te pakken: het plaatsen van derde-partijcontent op een gevestigde, betrouwbare website met als enig doel de goede reputatie van dat domein te misbruiken voor hogere rankingen in Google Search. Google stelt expliciet dat deze praktijk de zoekkwaliteit schaadt en een slechte gebruikerservaring oplevert. De update van augustus 2026 past de handhaving aan, maar laat de beleidsintentie volledig intact.
De geografische splitsing in handhaving is een direct gevolg van onderhandelingen met de Europese Commissie in het kader van de Digital Markets Act. Google erkent de spanning tussen de DMA-verplichtingen en zijn eigen vermogen om zoekresultaten te beschermen tegen manipulatie. Door de handhaving te differentiëren per regio probeert Google een evenwicht te vinden: compliant zijn met Europese regelgeving zonder volledig afstand te doen van de bescherming van de zoekkwaliteit voor alle gebruikers wereldwijd.
Voor EER-gebruikers betekent de nieuwe aanpak dat een handmatige actie niet onmiddellijk resulteert in een daling van de rankings van de getroffen sitesectie. Google zal de betreffende sectie echter geleidelijk systeemtechnisch ontkoppelen van de rest van de site, waarna die sectie op eigen merites gaat ranken. Dit is een subtiele maar belangrijke verschuiving: het reputatievoordeel van het hoofddomein verdwijnt op termijn voor de betrokken pagina's, ook al is er geen directe en zichtbare penalisering.
Vanuit een internationaal perspectief introduceert deze update een complexe dualiteit voor websites met een globaal publiek. Een pagina kan gelijktijdig normaal zichtbaar zijn voor EER-zoekers en significant lager scoren voor bezoekers buiten de EER. Dit maakt het monitoren van zoekprestaties per geografische regio belangrijker dan ooit en vereist dat SEO-teams hun rapportage en analyses regionaal segmenteren.
De mogelijkheid tot herbeoordeling en bemiddeling die Google aanbiedt aan sitebeheerders die een handmatige actie betwisten, versterkt de procedurele transparantie. Het signaleert ook dat Google bereid is onderscheid te maken tussen intentioneel misbruik en vergissingen, wat voor legitieme uitgevers die derde-partijcontent hosten een opening biedt om hun situatie toe te lichten en een correcte beoordeling te krijgen.
Wat te doen
- Controleer onmiddellijk via Google Search Console of uw site of een van zijn secties een handmatige actie heeft ontvangen onder de Site Reputation Policy, en onderneem actie indien dat het geval is.
- Segmenteer uw zoekprestatierapportages geografisch om het verschil in zichtbaarheid tussen EER-gebruikers en gebruikers buiten de EER zichtbaar te maken, zodat u eventuele discrepanties tijdig signaleert.
- Evalueer grondig alle derde-partijcontent die op uw domein wordt gehost: ga na of deze content een eigen toegevoegde waarde biedt voor gebruikers of louter als middel dient om de domeinreputatie te exploiteren, en verwijder of herzie content die tot de laatste categorie behoort.
- Stel duidelijke contractuele en redactionele kaders op voor externe partijen die content publiceren op uw platform, zodat u kunt aantonen dat de inhoud onafhankelijk is beoordeeld en inhoudelijk aansluit bij de verwachtingen van uw publiek.
- Dien bij twijfel over een toegepaste handmatige actie een herbeoordeling in via Search Console en maak indien nodig gebruik van de bemiddelingsoptie die Google aanbiedt aan in aanmerking komende sites binnen de EER.
- Volg de evolutie van de DMA-handhaving en de samenwerking tussen Google en de Europese Commissie nauwgezet op, aangezien verdere aanpassingen aan het beleid niet zijn uitgesloten en direct van invloed kunnen zijn op uw SEO-strategie voor de Europese markt.
Websites met derde-partijcontent die een handmatige actie ontvangen zullen buiten de EER direct lagere rankings ervaren, terwijl het effect binnen de EER indirect en geleidelijk verloopt via een systeemtechnische ontkoppeling van de betreffende sectie van de rest van de site.